Wet- en regelgeving eenvoudiger maken staat al jaren op de agenda. Toch ervaren mensen, bedrijven en publieke dienstverleners dagelijks hoe complex regels zijn. In aanloop naar de formatie is daarom gekozen voor een andere aanpak: publieke dienstverleners kregen het voortouw bij het doen van vereenvoudigingsvoorstellen. Alex Wijkhuizen, directeur programmadirectie Werk aan Uitvoering (WaU), en Saskia Bosch, directeur binnen het Netwerk Publieke Dienstverleners (NPD) blikken terug.
Reflectiegesprek uit de Voortgangsrapportage 2025 WaU

Saskia Bosch, directeur Netwerk Publieke Dienstverleners en Alex Wijkhuizen, directeur programmadirectie Werk aan Uitvoering
Die andere aanpak begon met een breed gevoelde noodzaak. ‘Er leeft, onder meer bij publieke dienstverleners, sterk de behoefte om niet alleen nieuwe wet- en regelgeving te maken’, zegt Alex Wijkhuizen, ‘maar dat het ook normaal wordt dat je wetten vereenvoudigt. Dat er niet alleen iets bij komt, maar ook afgaat.’ Die wens kreeg extra betekenis toen het Secretarissen Generaal-Overleg (SGO) vroeg om tien concrete vereenvoudigingsvoorstellen voor de formatie. ‘De vraag was: er komt een nieuwe formatie aan, hebben jullie voorstellen die we daarin kunnen meenemen? Zo is dit traject gestart.’
"Zodra onderwerpen politiek gevoelig worden, zie je dat gelijkwaardigheid onder druk kan komen te staan."

Saskia Bosch, directeur Netwerk Publieke Dienstverleners
Casuïstiek uit de praktijk
De inhoud kwam vanuit het Netwerk Publieke Dienstverleners. Saskia Bosch: ‘We hadden al langer het idee om met een vereenvoudigingsagenda te werken: een systematiek om continu te werken aan vereenvoudiging. Toen we dat idee voorlegden aan het SGO, kregen we de uitnodiging om voorstellen uit het netwerk op te halen. Die voorstellen kunnen – naast het vereenvoudigen van wetgeving – ook bijvoorbeeld over gegevensdeling of processen gaan.’
Een belangrijk selectiecriterium was het maatschappelijk effect van een voorstel. ‘Leuk dat het voor een publieke dienstverlener eenvoudiger wordt’, zegt Saskia, ‘maar mensen of bedrijven moeten er wel iets van merken.’ Uiteindelijk gaat het om betere dienstverlening voor de samenleving.’
Omgedraaide aanpak
Veel knelpunten waren niet nieuw. ‘Casuïstiek kwam bijvoorbeeld al uit eerdere trajecten’, zegt Saskia. ‘Wat hier anders was, is dat we het hebben “opgetild” en belangrijk hebben gemaakt. We hebben gezegd: hier willen we nu echt mee aan de slag.’ Voor Alex zat de vernieuwing vooral in de rolverdeling. ‘Normaal gesproken neemt beleid de regierol op zich als het gaat om vereenvoudiging. Publieke dienstverleners zijn dan afhankelijk van de vraag of hun voorstellen worden overgenomen. Dat werd hier omgedraaid: de publieke dienstverleners kregen de regie over de inhoud.’ De programmadirectie WaU ondersteunde het proces tussen beleid en publieke dienstverleners, met als doel gezamenlijk tot vereenvoudigingsvoorstellen te komen.

Alex Wijkhuizen, programmadirecteur Werk aan Uitvoering
Whole system in the room
Een belangrijk onderdeel van het traject waren de whole system in the room‑sessies, waarin alle betrokken partijen samenkwamen. Saskia: ‘Beleidsmedewerkers en uitvoerders zaten samen aan tafel bij concrete casuïstiek. Dat was best confronterend. In zo’n sessie zie je dat er ook andere belangen zijn bij mensen die op departementen werken. Niet omdat zij niet willen, maar omdat zij hun eigen lijst hebben met zaken die voor hen urgent zijn. Het zijn twee werelden die je eigenlijk over elkaar heen moet leggen.’ Alex ziet daar de kracht van deze aanpak. ‘Als je het hele systeem in de kamer zet, komen die belangen vanzelf op tafel. Dat kan schuren, maar het maakt wel zichtbaar waarom vereenvoudiging en samenwerking niet vanzelf gaat.’
Spanningen
De gezamenlijke bijeenkomsten maakten dus ook spanningen zichtbaar. ‘Dat leverde stevige gesprekken op’, zegt Saskia. ‘Aan de ene kant mensen van de uitvoering die staan voor hun zaak, aan de andere kant mensen van beleid die dat óók doen. Begrip voor elkaars standpunt is waar het begint.’ Alex herkent dat. ‘Zodra onderwerpen politiek gevoelig worden, zie je dat gelijkwaardigheid onder druk kan komen te staan. Juist daar is in het traject een grens getrokken. ‘Publieke dienstverleners hebben gezegd: dit is onze tekst, wij zijn hier verantwoordelijk voor.’ Werk aan Uitvoering had een nadrukkelijke rol in het proces. ‘We hebben nooit het eigenaarschap over de inhoud overgenomen, maar wel steeds uitgelegd waarom het proces zo was ingericht’, zegt Alex.
Dat betekende soms ook escaleren. ‘Als partijen vertraagden of vastliepen, hebben we gesprekken georganiseerd, soms met SG’s erbij. Het ongemak hebben we steeds teruggelegd op de tafels waar besluiten worden genomen.’ Dat legde ook het gedrag bloot en liet de dynamiek zien. ‘Wat ik vooral in dit traject heb gezien, is hoe mensen zich onderling naar elkaar gedragen. Dat is niet altijd helpend. Het verbaasde mij soms dat partijen gesprekken uit de weg gaan of zich boven anderen plaatsen. Zeker als mensen over hetzelfde inhoudelijke onderwerp gaan, maar weigeren om samen aan tafel te zitten.’
Tegelijkertijd bevestigde het voor hem het belang van de gekozen aanpak. ‘Juist door iedereen bij elkaar te zetten, zie je wat er speelt. En komen de dilemma’s op tafel. Dat is niet altijd prettig, maar wel nodig als je echt iets wilt veranderen.’
Bestuurlijke rugdekking
Dat dit traject mogelijk was, had alles te maken met bestuurlijke steun. ‘De steun van het SGO is heel belangrijk geweest’, zegt Alex. ‘Zonder die rugdekking had het ingewikkeld geworden om beleid en uitvoering op deze manier samen te brengen.’ Zo konden publieke dienstverleners hun regierol over de inhoud houden, ook als het spannend werd.
Saskia benadrukt dat publieke dienstverleners daarbij ook naar zichzelf keken. ‘We hebben expliciet opgeschreven wat het ons kost, waarom het eerder niet gelukt is om een vereenvoudigingsvoorstel op te pakken en wat we zelf te doen hebben. Niet alleen wat we van politiek of beleid nodig hebben.’
Vereenvoudigingswet: stap, geen eindpunt
Met het opleveren van elf vereenvoudigingsvoorstellen in de brief aan de informateur is het traject niet afgerond. Integendeel: het echte werk begint nu pas. ‘De uitdaging in de vervolgfase is om te voorkomen dat vereenvoudiging een eenmalige inspanning blijft. De vraag is hoe je dit onderdeel maakt van het systeem’, zegt Alex. ‘Niet als project, maar als vaste manier van werken.’
Daarin speelt de Vereenvoudigingswet een belangrijke rol. Die jaarlijkse vereenvoudigingswet is geen wondermiddel, maar wél een krachtig instrument. ‘Het mooie van een wet is dat het een bestaande interventie wordt. Het wordt onderdeel van hoe we beleid maken en uitvoeren. Je kunt er niet meer omheen. Die structurele verankering zorgt voor ritme en aandacht voor vereenvoudiging. Dat is heel hard nodig, want we maken het ontzettend ingewikkeld voor mensen en bedrijven. En ook voor collega’s in de uitvoering zelf.'
"Vereenvoudiging is een continu proces. De wet helpt om aandacht vast te houden, maar het kan niet het enige spoor zijn."
Aandacht vasthouden
De evaluatie van het traject van de vereenvoudigingsvoorstellen – de gateway review – laat daarbij zien dat succes vooral afhangt van duidelijke procesafspraken, zichtbaar leiderschap en gelijkwaardige samenwerking tussen beleid en uitvoering. Alex: ‘Dat betekent dat je vooraf helderheid hebt over rollen, eigenaarschap en besluitvorming – juist voordat het spannend wordt.’
‘Vereenvoudiging is een continu proces. De wet helpt om aandacht vast te houden, maar het kan niet het enige spoor zijn’, aldus Saskia. Volgens haar is het belangrijk om realistisch te blijven over wat een vereenvoudigingswet wel en niet kan doen. ‘Niet alles hoort thuis in zo’n wet. Sommige vereenvoudigingen zijn te klein of liggen bij één organisatie. Of ze zijn juist zo groot, zoals stelselwijzigingen, dat die niet in een vereenvoudigingswet passen.’ Ze waarschuwt ook voor nieuwe complexiteit. ‘Als je aan de achterkant vereenvoudigt en er aan de voorkant steeds nieuwe ingewikkelde regels bijkomen, dan blijf je dweilen met de kraan open.’
"Als je aan de achterkant vereenvoudigt en er aan de voorkant steeds nieuwe ingewikkelde regels bijkomen, dan blijf je dweilen met de kraan open."
Vertrouwen
Uiteindelijk draait het om vertrouwen. ‘Publieke dienstverleners zijn vaak het eerste aanspreekpunt voor mensen en ondernemers: zij zíj́n de overheid in hun ogen. Als dienstverlening onbegrijpelijk is, straalt dat af op de hele overheid’, zegt Saskia. ‘Vereenvoudigen kun je er niet even bij doen’, vult Alex aan.’ Het vraagt lef en strijd om vereenvoudiging voor elkaar te krijgen. Het hielp dat alle betrokken partijen aan tafel zaten. Maar het traject heeft ook laten zien dat we er samen nog lang niet zijn.’