Ouders van een kind met een intensieve zorgvraag hebben vaak al veel aan hun hoofd. Toch werd een deel van hen tot voor kort nog onnodig belast bij de aanvraag voor dubbele kinderbijslag intensieve zorg (DKIZ). De Sociale Verzekeringsbank (SVB), het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) werkten succesvol samen aan een wetswijziging.
Dubbele kinderbijslag intensieve zorg is een inkomensonafhankelijke tegemoetkoming voor ouders van kinderen met een intensieve zorgvraag. Het is een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, bedoeld als blijk van waardering en tegemoetkoming in de kosten die specialistische of intensieve zorg met zich meebrengt.
“De standaardprocedure is dat de SVB een aanvraag van ouders voor de dubbele kinderbijslag naar het CIZ doorstuurt”, legt beleidsadviseur Sophie Wezenbeek van het CIZ uit. “Wij beoordelen vervolgens of het kind de intensieve zorg nodig heeft waar de regeling voor bedoeld is en brengen daarover advies uit aan de SVB. De SVB stelt op basis van dit advies het recht op de dubbele kinderbijslag vast en betaalt het juiste bedrag uit.”
"Veel ouders wisten namelijk überhaupt niet dat er zoiets als dubbele kinderbijslag bestaat, laat staan hoe het werkt."
Soms dubbel werk
De DKIZ trad in werking in 2015. In de jaren erna signaleerden de SVB en het CIZ dat het aanvraagproces voor een deel van de ouders onnodig complex en belastend was. Er kon daarbij sprake zijn van dubbel werk.
Bestuursadviseur Caitlin Optekamp van de SVB legt uit hoe dat zit. “Sommige ouders die recht hebben op DKIZ, hebben al een heel traject doorlopen in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz). Voor de dubbele kinderbijslag moesten zij opnieuw een aanvraagproces doorlopen. Het CIZ wist dan al dat er sprake was van intensieve zorg, maar mocht de gegevens waar dat uit bleek vanwege privacywetgeving niet met ons delen.”
De uitvoeringsorganisaties deelden de bevindingen met het ministerie van SZW en de SVB kaartte de signalen via knelpuntenbrieven meerdere keren aan bij de Tweede Kamer. De signalen werden bevestigd in een onderzoek van een extern bureau dat in 2020 onderzoek deed naar de regeling.
Verbetervoorstel
Uiteindelijk ontstond er politiek draagvlak om de DKIZ te vereenvoudigen. In 2022 stuurde toenmalig minister Van Gennip uiteindelijk een Kamerbrief met een verbetervoorstel: ouders van kinderen met een Wlz-indicatie zouden de dubbele kinderbijslag voortaan automatisch toegekend moeten krijgen. Ook zouden ouders beter worden geïnformeerd over de regeling.
“Veel ouders wisten namelijk überhaupt niet dat er zoiets als dubbele kinderbijslag bestaat, laat staan hoe het werkt”, vertelt Wezenbeek. “Zij liepen daardoor mis waar ze recht op hadden.”
De Kamerbrief vormde het startsein voor een wetswijziging door het ministerie van SZW. Beleidsmedewerker Loes Velthorst van SZW: “We hebben hierbij intensieve afstemming gezocht met andere betrokken partijen: het ministerie van VWS – de ‘eigenaar’ van de wet – en beide uitvoeringsorganisaties. Zowel de SVB als het CIZ waren intensief bij dit hele traject betrokken. Niet alleen door middel van uitvoeringstoetsen, maar ook door vanaf het begin structureel in overleg met elkaar te zijn.”
Privacy als uitdaging
De vroege betrokkenheid van het CIZ en de SVB maakte het mogelijk om de uitvoerbaarheid, de juridische kaders én de praktijk van ouders goed mee te nemen. Een van de grootste uitdagingen hierbij was het vinden van de balans tussen betere dienstverlening en gegevensbescherming. Wezenbeek: “Voor de beoogde automatische toekenning van de dubbele kinderbijslag was het nodig om de SVB pro-actief te informeren over de Wlz-indicatie. Maar zo’n indicatie is een privacygevoelig gegeven. Het delen daarvan met andere partijen mag niet zomaar. Dat bleek ook uit een privacy impact assessment dat we lieten uitvoeren.”
De vraag was vervolgens hoe je de verschillende belangen van ouders tegen elkaar afweegt. Optekamp: “Het een sluit het ander niet uit: ook de privacy van ouders verdient bescherming. Maar in dit geval woog het zwaar dat ouders krijgen waar ze recht op hebben. En dat we in de praktijk behoorlijk wat ‘niet-gebruik’ van de regeling zagen.”
“Ook voor het ministerie was dat een cruciaal punt”, weet Velthorst. “Het gaat om ouders van wie veel wordt gevraagd; enerzijds wegens de extra zware zorgtaak die zij hebben, anderzijds door de administratieve lasten die daarbij komen kijken. Bovendien moeten ze bijvoorbeeld aantonen dat hun kind bepaalde dingen niet kan, terwijl ouders liever benadrukken wat hun kind wél kan.”
Minimale gegevensdeling en opt-out
Daar kwam bij dat de beoogde verandering om minimale gegevensdeling zou vragen. “Alleen het signaal dat iemand een Wlz-indicatie heeft”, legt Optekamp uit. “Wij weten verder niet wat er met het kind aan de hand is en dat hóeven wij ook niet te weten. We doen alleen nog een aantal checks, zoals de leeftijd van het kind. Dat bepaalt namelijk ook het precieze bedrag waar ouders recht op hebben.”
Een belangrijke keuze was ook om een opt-out in te bouwen: vóór het CIZ aan de SVB doorgeeft dat ouders waarschijnlijk recht hebben op de regeling, krijgen die ouders eerst een brief. “Zij kunnen binnen twee weken bezwaar maken tegen de gegevensdeling. In de praktijk weten we inmiddels dat dit zelden gebeurt. Op duizenden gegevensuitwisselingen is het nu twee keer voorgekomen.”
Terugwerkende kracht: niet voor iedereen perfect te regelen
De wetswijziging maakt het ook mogelijk om dubbele kinderbijslag met terugwerkende kracht toe te kennen. Tijdens het wetstraject is de periode van terugwerkende kracht bepaald op zes maanden. “We hebben hier onderling best wat discussie over gehad”, zegt Optekamp. “Voor ouders kan die periode namelijk willekeurig overkomen. Er zijn ouders die al veel langer recht zouden hebben op dubbele kinderbijslag. En ook de gewone kinderbijslag kan normaliter nog voor een periode van een jaar met terugwerkende kracht worden toegekend.”
Tegelijkertijd realiseerden alle partijen zich dat de regeling ook goed uitvoerbaar moet zijn. Want hoe langer de periode van terugwerkende kracht, hoe moeilijker achteraf de zorgbehoefte nog is vast te stellen. Velthorst: “We zijn de nieuwe wet op dit moment aan het evalueren met een invoeringstoets. Hoe die termijn van zes maanden in de praktijk uitpakt, is één van de dingen waar we goed naar kijken.”
Ouders informeren vóórdat er een wettelijke grondslag was
De wetswijziging die nodig was voor de vereenvoudiging van de dubbele kinderbijslag intensieve zorg werd uiteindelijk op 1 juli 2024 doorgevoerd. Daarop vooruitlopend werd al een brief verstuurd aan ouders bij wie de Wlz-indicatie al was vastgesteld, maar die nog geen aanvraag hadden ingediend. Met die brief werden zij erover geïnformeerd dat zij mogelijk recht hadden op dubbele kinderbijslag, waarna zij zelf een aanvraag konden indienen.
Over het versturen van deze brief is nog een aantal pittige gesprekken gevoerd, vertelt Wezenbeek. “De Kamer en de minister vonden het belangrijk om die brief zo snel mogelijk te versturen. Want hoe langer we ermee zouden wachten, hoe groter het aantal ouders dat potentieel geld zou mislopen waarop ze recht hadden. Maar omdat de nieuwe wet nog niet van kracht was, was er voor deze brief nog geen wettelijke grondslag. Privacyrechtelijk vonden we dat als het CIZ best een risico.”
Na afstemming met de Autoriteit Persoonsgegevens en expliciete instemming van de Tweede Kamer werd besloten de desbetreffende ouders toch alvast te gaan informeren. Wezenbeek: “Ook in dit geval gaf het belang van de ouders de doorslag. We hebben met elkaar gezegd: de wetswijziging komt eraan, iedereen staat hier achter, dus we gaan dit toch doen. Het laat zien hoe belangrijk het is om als partijen structureel met elkaar in gesprek te zijn en te blijven. Als je hobbels tegenkomt, moet je die samen nemen.”
Betere informatievoorziening en verwachtingsmanagement
De wetswijzigingen hebben alleen betrekking op ouders met een Wlz-indicatie. Het grootste deel van de doelgroep doorloopt nog steeds het reguliere aanvraagproces. Maar ook voor die ouders zoeken de SVB en het CIZ continu naar verbetering en vereenvoudiging.
Optekamp: “Ouders die dubbele kinderbijslag bij ons aanvroegen dachten in eerste instantie soms: ‘dat is snel klaar!’ Vervolgens kregen ze nog een flinke aanvullende vragenlijst en hoorden ze pas weken later of ze ook recht op de regeling hadden. Op onze website leggen we nu beter uit hoe het proces eruitziet. Ook proberen we onze informatie beter te laten aansluiten op de informatie van het CIZ.”
Ook bij dit soort praktische verbeteringen is structureel contact tussen verschillende organisaties de sleutel tot succes. Daarbij spelen volgens Optekamp niet alleen beleidsadviseurs en juristen een belangrijke rol, maar juist ook de collega’s die werkzaam zijn in de uitvoering: “Zij hebben direct contact met ouders en weten waar zij in het aanvraagproces tegenaan lopen. Dat is nodig om tot verbeteringen te komen die niet alleen juridisch en beleidsmatig doordacht zijn, maar ook echt effect hebben voor mensen.”
16 maart 2026