‘Politiek hoeft niet op uitvoering te lijken. En uitvoering hoeft niet op beleid te lijken. Maar we moeten elkaar wel begrijpen en weten te vinden. Samenwerking ontstaat niet doordat verschillen verdwijnen, maar doordat verschillen elkaar versterken.’
Met die woorden sloot dagvoorzitter Minchenu Maduro de vijfde Dag van de Publieke Dienstverlening op 17 juni jl. af. Het was een treffende samenvatting van een dag waarop ruim 500 beleidsmakers, uitvoerders en andere mensen met een hart voor publieke dienstverlening onderzochten waarom samenwerken binnen de overheid soms zo lastig is, en wat wél werkt. Het probleem zit ‘m niet in mensen die niet willen samenwerken, maar in organisaties, regels en werkwijzen die niet altijd goed op elkaar aansluiten. De gedrevenheid om dat patroon te doorbreken zag je bij alle deelnemers terug. Het motto van de dag was dan ook: ‘Samenwerken: wat helpt en wat hindert?’
Eric van der Burg, Minchenu Maduro Wieke Paulusma, Eva Heijblom, Roderique Engering en Minchenu Maduro
Tijdens de gesprekken, workshops en ‘trialogen’ tussen politici, beleidsmakers en uitvoerders, kwam vaak dezelfde uitdaging terug: mensen en bedrijven verwachten één overheid. In de praktijk hebben zij vaak te maken met meerdere organisaties en systemen. Hoe zorgen we ervoor dat de verschillende organisaties elkaar niet in de weg zitten, maar juist samen helpen om problemen van mensen en bedrijven op te lossen?
Emancipatie van de uitvoering
Tijdens de plenaire opening sprak Eva Heijblom, directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie, over de ‘emancipatie van de uitvoering’. Uitvoeringsorganisaties worden namelijk vaker betrokken bij beleidsvorming en krijgen meer ruimte om hun praktijkervaringen in te brengen, bij zowel beleidsmakers als politici. Volgens haar is dat een goede ontwikkeling, juist omdat beleid uiteindelijk zichtbaar wordt in het contact met mensen en bedrijven.
Ook andere sprekers riepen tijdens het plenaire gedeelte van de dag op om verder te kijken dan de grenzen van de eigen organisatie, in het belang van de publieke dienstverlening. Staatssecretaris Eric van der Burg van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid waarschuwde dat organisaties, ook in de politiek, nog te vaak redeneren vanuit hun eigen belang of verantwoordelijkheid. Rodrique Engering, bestuursvoorzitter van de Kamer van Koophandel, wees op het risico van denken vanuit afzonderlijke silo's. Wieke Paulusma, lid en ondervoorzitter van de Tweede Kamer, sprak de hoop uit dat de dag niet alleen inspirerend zou zijn, maar dat het af en toe ook zou ‘schuren’.
Botsingen die iets opleveren
Tijdgeestonderzoeker Farid Tabarki ging op hetzelfde thema door met een key note over versnelling van verandering. Volgens hem ontstaan nieuwe inzichten niet doordat mensen het alsmaar met elkaar eens zijn, maar doordat verschillende perspectieven elkaar ontmoeten.
Hij sprak over ‘geoptimaliseerde botsingen’: momenten waarop mensen met uiteenlopende ervaringen, belangen en achtergronden samen naar een vraagstuk kijken. Juist die botsing van perspectieven zorgt ervoor dat nieuwe oplossingen zichtbaar worden. In een tijd waarin maatschappelijke vraagstukken steeds complexer worden, is dat volgens hem onmisbaar. Samenwerking gaat niet over het wegwerken van verschillen, maar over het benutten ervan.
Farid Tabarki Farid Tabarki
Burgers zien één overheid
In een workshop van de Nationale Ombudsman stond centraal hoe burgers publieke dienstverlening ervaren wanneer verschillende overheidsorganisaties betrokken zijn. Voor inwoners bestaat geen onderscheid tussen beleid, uitvoering, gemeenten of ministeries. Zij zien één overheid. Dat klinkt eenvoudig, maar heeft grote gevolgen voor de organisatie van die overheid.
Organisaties kijken vaak naar hun eigen deel van een vraagstuk. Burgers kijken naar hun situatie als geheel. Voor iemand die tegelijk te maken heeft met schulden, zorg, werk of opvoeding maakt het weinig uit welke organisatie verantwoordelijk is. Die verwacht vooral dat zijn probleem wordt opgelost.
De AVG als ‘excuustruus’
Samenwerking als succesfactor werd ook duidelijk in een workshop over de begeleiding van ex-gedetineerden naar werk en inkomen. Mensen die vrijkomen uit detentie hebben meer kans op een succesvolle terugkeer in de samenleving (zonder recidive) als hun inkomen, werk of opleiding op tijd geregeld is. Daarvoor moeten verschillende organisaties samenwerken, zoals DJI, UWV, gemeenten, DUO en de reclassering.
Tijdens de sessie kwam aan de orde dat informatie die nodig is voor begeleiding vaak verspreid zit over meerdere organisaties. Daardoor moeten gedetineerden regelmatig opnieuw gegevens aanleveren, terwijl die informatie ergens anders binnen de overheid al beschikbaar is, en vaak betrouwbaarder.
Interessant was dat de discussie niet alleen ging over problemen in de uitvoering of samenwerking. Deelnemers spraken ook over aannames binnen organisaties. Ann-Marie Kühler, werkzaam bij de Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie, noemde bijvoorbeeld de AVG tijdens de workshop zelfs een ‘excuustruus’. Organisaties wijzen volgens haar regelmatig naar privacywetgeving als verklaring waarom iets niet kan, terwijl nader onderzoek soms laat zien dat er binnen de bestaande regels meer mogelijk is dan gedacht.
Uit de sessie bleek dat samenwerking niet alleen afhangt van regels, maar ook van de bereidheid om bestaande werkwijzen, bijvoorbeeld in gegevensdeling, ter discussie te stellen.
Leren van de Hersteloperatie Kinderopvangtoeslagen
In een workshop over de hersteloperatie Kinderopvangtoeslagen keken deelnemers onder leiding van Sanderijn Cels, onderzoeker en docent aan de Harvard Universiteit, terug op de keuzes en dilemma’s waarmee de uitvoeringsorganisatie vanaf 2020 te maken kreeg.
Het vertrekpunt van de workshop was het moment waarop de hersteloperatie begon. Er was grote politieke en maatschappelijke druk om snel in actie te komen. Maar er was nog veel onduidelijk. Hoeveel mensen waren getroffen? Welke ondersteuning hadden zij nodig? Wat betekent herstel eigenlijk?
Tijdens de sessie werden verschillende aannames besproken die aan het begin van de hersteloperatie een rol speelden. Zo werd gedacht dat het aantal gedupeerden overzichtelijk zou zijn, dat financiële compensatie een belangrijk onderdeel van herstel zou vormen en dat veel informatie al beschikbaar was.
De praktijk bleek aanzienlijk weerbarstiger. De groep gedupeerden was groter en diverser dan verwacht. Problemen beperkten zich niet tot financiële schade, maar hadden ook gevolgen voor gezondheid, werk, relaties, vertrouwen in de overheid en de ontwikkeling van kinderen. Herstel bleek veel meer te vragen dan alleen een financiële regeling.
Een belangrijke conclusie was dat aannames expliciet moeten worden gemaakt en voortdurend moeten worden getoetst aan de praktijk. Uitvoering moet je daarbij niet zien als het eindpunt van beleid, maar als een bron van kennis. Juist in de uitvoering zie je of beleid aansluit op de werkelijkheid van mensen.
Trialogen: politiek, beleid en uitvoering
Nieuw tijdens deze editie van de Dag van de Publieke Dienstverlening waren de trialogen. In tien besloten sessies gingen vertegenwoordigers uit politiek, beleid en uitvoering met elkaar in gesprek over actuele vraagstukken uit de publieke dienstverlening. In totaal namen ongeveer dertig Tweede Kamerleden deel.
De gedachte achter de trialogen is dat veel maatschappelijke vraagstukken gevolgen hebben voor verschillende overheidsorganisaties tegelijk, maar de betrokken partijen spreken elkaar vaak pas wanneer een probleem al zichtbaar is geworden. Door eerder met elkaar in gesprek te gaan ontstaat meer begrip voor elkaars positie, afwegingen en dilemma's.
Tijdens de plenaire terugblik vertelden deelnemers dat de gesprekken anders verliepen dan gebruikelijk. Niet het verdedigen van standpunten stond centraal, maar het samen naar vraagstukken kijken. Er werd bewust tijd genomen om eerst naar elkaar te luisteren voordat naar oplossingen werd gezocht. Dat leverde niet direct oplossingen op, maar wél meer begrip voor elkaars werkelijkheid.
Mohammed Mohandis, Sjors Brouwer, Remco Bakker, Wimke Schuurmans en Minchenu Maduro Eric van der Burg bij de start van de trialogen
Van der Burg: uit de zuilen!
In de slotreflectie van staatssecretaris Eric van der Burg bracht hij veel van de gesprekken van de dag samen. Volgens hem is een dag als deze pas echt succesvol als deelnemers ook iets met de inzichten doen. Pas over een paar maanden zie je of contacten zijn benut en samenwerking is ontstaan. Daarvoor is volgens hem vooral een andere manier van denken nodig. Van der Burg riep deelnemers op om uit hun eigen zuilen te stappen, de ‘Haagse muren te doorbreken’ en minder verticaal te denken. Te vaak zijn organisaties nog bezig met hun eigen verantwoordelijkheid, terwijl maatschappelijke vraagstukken juist vragen om samenwerking over grenzen heen. ‘Structuren zijn fijn, maar oplossingen zijn beter,’ zo stelde hij.
Hij vertelde hoe medewerkers van verschillende gemeentelijke afdelingen elkaar ooit vonden doordat zij naast ambtenaar, ook ouder, partner of mantelzorger waren. Vanuit die persoonlijke ervaringen zagen zij ineens de gevolgen van regels en procedures die vanuit afzonderlijke afdelingen waren bedacht. Het gesprek ging daardoor niet langer over organisaties, maar over mensen.
Volgens Van der Burg zit daar de echte opgave. Niet in nieuwe structuren of nieuwe regels, maar in het vermogen om je te verplaatsen in de mensen voor wie beleid en dienstverlening bedoeld zijn. Pas wanneer je kijkt naar wat burgers daadwerkelijk ervaren, wordt zichtbaar waar regels, procedures of organisatiegrenzen in de weg kunnen zitten.
Eric van der Burg Minchenu Maduro
Verschillen versterken
Als afsluiting trok dagvoorzitter Maduro nog een mooie en actuele parallel tussen de inhoud van de dag en het huidige WK voetbal. Coach Dick Advocaat van het elftal van Curaçao ontdekte dat hij zijn spelers niet moest vormen naar zijn eigen ideeën, maar dat hij moest aansluiten bij wat zij nodig hadden om samen te presteren. Volgens Maduro geldt hetzelfde voor de publieke dienstverlening. ‘Politiek hoeft niet op uitvoering te lijken. Uitvoering hoeft niet op beleid te lijken. Maar we moeten elkaar wel begrijpen en elkaar wel weten te vinden. Samenwerking ontstaat niet doordat verschillen verdwijnen, maar doordat verschillen elkaar versterken.’
Dat was een passende afsluiting van een dag waarop steeds opnieuw bleek hoe belangrijk het is om verschillende perspectieven bij elkaar te brengen. Niet samenwerking op zichzelf stond centraal, maar de vraag hoe de overheid beter kan aansluiten bij de werkelijkheid van mensen. Luisteren naar andere perspectieven, aannames durven bevragen en kijken naar wat burgers daadwerkelijk ervaren, bleek daarvoor een belangrijk vertrekpunt.
